Walvisvangst beperkt toelaten?

 
Argumenten
  •  
Lees de reacties van de deelnemers aan deze discussie (21)

Nederland is tegen de walvisvaart. Maar een 'zelfgenoegzame houding' tegenover landen als Noorwegen, IJsland en Japan werkt alleen maar averechts. De milieubeweging is tegen deze strategie. Dat schreef Arjen Schreuder op 6 juni in deze krant.

Als het om walvisvaart gaat, heeft Nederland een belast verleden. Tot diep in de jaren zestig vertrokken er vanuit Noord-Holland schepen om walvissen te vangen en het vlees, de olie en de levertraan aan land te brengen. In de jaren vijftig, toen de discussie over de schadelijke effecten van de jacht begon, stapte Nederland nog boos uit een conferentie van walvisvarende landen omdat het ontevreden was over het toebedeelde quotum.

Inmiddels behoort Nederland tot het kamp van landen die fel tegen de commerciële walvisvaart zijn. Het maakt zich binnen de Internationale Walvisvaart Commissie (IWC) sterk voor bescherming van de zoogdieren. Inmiddels begon in Zuid-Korea de jaarvergadering van het IWC, waar velen met spanning naar uitzien. Zullen voor- en tegenstanders elkaar in de haren vliegen? Zal een van de kampen de overhand krijgen? Zal het moratorium op het vangen van walvissen, dat al sinds 1986 bestaat, worden opgeheven? Zal de walvisvangst worden hervat? Of zal men besluiten om de strijdbijl te begraven en een beperkte vangst onder internationaal toezicht blijven toestaan?

Minister Cees Veerman (LNV, CDA) heeft al laten weten ,,dat ik tegen de walvisjacht ben'', zo schreef hij onlangs in een brief aan de Tweede Kamer. Dat is ook het standpunt dat zal worden uitgedragen door de Nederlandse delegatie in Zuid-Korea. Maar, schrijft Veerman, ,,een te zelfgenoegzame opstelling op dit punt'' kan averechts werken. Walvisvarende landen als Noorwegen, IJsland en Japan zullen wellicht uit het overleg stappen en zelf de walvisvaart ter hand nemen, zonder internationale controle. Beter is het deze landen aan tafel te houden. Veerman: ,,Zo houd je invloed op het beleid en kun je de schade voor de walvissen tot een minimum beperken.''

Een coalitie van dierenbeschermers maakt zich grote zorgen over de conferentie. Zij vinden dat Nederland niet moet meewerken aan de opzet van een nieuw beheerregime dat een beperkte walvisvangst onder voorwaarden toestaat. Dat zal niet leiden tot minder maar tot meer walvisvangsten, stellen de Dierenbescherming, Greenpeace en het IFAW in een brief aan politiek Den Haag. ,,Het grootste gevaar is het ontstaan van nieuwe markten voor walvisvlees. De toegenomen vraag naar walvisvlees zal vervolgens leiden tot meer druk om de walvisjacht weer verder uit te breiden'', aldus de brief.

Een eenvoudig nee tegen walvisvaart is echter niet verstandig, zegt mr. Seppe Raaphorst, directeur natuur bij het ministerie van LNV en commissaris bij de vele walvisconferenties die er gehouden worden. Raaphorst: ,,We moeten de walvisvarende landen aan tafel houden. Het zijn meestal zeer emotionele vergaderingen. Ik zou het al heel mooi vinden als de boel in Korea niet uit elkaar spat en we het over kleinere kwesties eens worden.'' Dat zijn bijvoorbeeld maatregelen om te voorkomen dat dolfijnen in visnetten verstrikt raken; of een diervriendelijke manier van jagen. Raaphorst: ,,Met die harpoenen duurt het soms wel een etmaal voordat een walvis dood is.''

Noorwegen en IJsland hebben op het verdrag, gesloten in 1946, een voorbehoud gemaakt, en mogen op bepaalde soorten walvissen jagen. Japan en IJsland doen veel wetenschappelijke vangsten en verkopen het vlees vervolgens aan de industrie. Raaphorst: ,,Je kunt zeggen dat de titel wetenschappelijke vangst wordt misbruikt. Je hoeft walvissen niet te vangen om ze te kunnen bestuderen. Het is een lek in het verdrag.'' Ook toegestaan is de autochtone walvisvangst, door lokale gemeenschappen in bijvoorbeeld Groenland en Siberië die van het vlees afhankelijk zijn. Raaphorst: ,,Het gaat om kleine aantallen. Met één walvis kunnen de eskimo's een half jaar vooruit.''



Walvisvangst moet beperkt worden toegelaten.(65 stemmen)
Eens
33.8 %
34 %
Oneens
43.1 %
43 %
Geen mening
21.5 %
22 %